Library

Publications

News services

Press room

Research services

June 15, 2004

Press release

Verbetering van kwaliteit, veiligheid en kostenreductie in de Europese biologische en duurzame (“low input”) productieketen

De Europese Gemeenschap financiert met 18 miljoen Euro een nieuw zogenaamd geïntegreerd project (IP) ‘QUALITYLOWINPUTFOOD’ op het gebied van de Europese biologische en “low input” voedsel ketens. Het project heeft als doel de kwaliteit van het product verder te verhogen, de veiligheid ervan te promoten en de productie-efficiëntie te verbeteren. Zie voor details de website: www.qlif.org.

Het IP omvat 31onderzoeksinstellingen, industriële partners en universiteiten (zie bijlage) uit geheel Europa, met een totaal budget van 18 miljoen euro. Daarmee integreert dit IP een kritische massa van activiteiten en middelen om ambitieuze wetenschappelijke en technische doelstellingen te halen.

Het onderzoek omvat de gehele productieketen van het grond tot mond voor kasgewassen (tomaten), open teelten (sla, uien, aardappelen, wortels, kool), fruit (appel), graan (gerst), varkensvlees, zuivel en kip. Bovendien worden gedrag en verwachtingen van consumenten gemeten, en worden nieuwe technologieën ontwikkeld om de voedingswaarde, smaak, microbiologische en toxicologische kwaliteit van biologische producten te verbeteren. Alle projectinnovaties zullen worden beoordeeld op de socio-economische, milieu en duurzaamheids effecten.

Het onderzoek levert belangrijke en nu nog ontbrekende informatie over de verschillen tussen productiesystemen voor wat betreft voedingswaarde, smaak en voedselveiligheid. Men verwacht dat het project een belangrijke bijdrage zal hebben op het vergroten van de concurrentiepositie van de biologische voedselindustrie en daarmee ten goede zal komen aan de Europese consumenten en biologische boeren.

De belangrijkste resultaten van het onderzoek in het IP en daarbuiten zullen worden gepresenteerd tijdens het jaarlijkse “Biologische Landbouw, Voedselkwaliteit en Humane Gezondheidscongres”. Het eerste vindt plaats van 6 tot 9 januari 2005 op de Universiteit van Newcastle, UK. Het richt zich op het primaire bedrijfsleven, de verwerkende industrie, de handel, consumentenorganisaties en andere stakeholders in de voedselproductieketen.


Voor meer informatie

QUALITYLOWINPUTFOOD Website: http://www.qlif.org


Project coordinator:

Prof. Carlo Leifert.
Tel. 0044 1661 830 222; e-mail: qlif@ncl.ac.uk

Nederlandse partners:

dr. Ir. Hans Spoolder, Praktijkonderzoek Veehouderij (Animal Sciences Group, Wageningen UR), Postbus 2176 8203 AD, Lelystad. Tel: 0320 293 532, Fax: 0320 241584. Hans.Spoolder@wur.nl

Dr. Ir. Edith Lammerts van Bueren, Louis Bolk Instituut, Hoofdstraat 24, 3972 LA Driebergen. Tel: +31 0343 523 869, Fax: 0343 515 611. e.lammerts@louisbolk.nl

Ir. Clemens Oude Groeniger, Agro Eco Consultancy, Postbus 63 6720 AB, Bennekom. Tel.: +31 0318 420 405, Fax: +31 0318 414 820. c.oudegroeniger@agroeco.nl


BIJLAGE

Achtergrond informatie bij het project QUALITYLOWINPUTFOOD

‘Low input’ voor hoge opbrengsten

Europese burgers verwachten smakelijk, veilig, betaalbaar en voedzame producten zonder schade aan het milieu aan te brengen. ‘Low input’ landbouw beperkt of voorkomt het gebruik van synthetische pesticiden en kunstmest. Het meest bekende duurzame (‘low input’) systeem is de biologische landbouw, één van de meest dynamische landbouwsectoren in Europa, maar ook één die uitgedaagd wordt de wensen van de consument op het gebied van veilig, betaalbaar en kwalitatief hoogwaardige producten te leveren. Het zesde Kaderprogramma van de Europese Commissie stelt 685 miljoen Euro beschikbaar voor onderzoek en ontwikkelingen op het vlak van voedselveiligheid en -kwaliteit. Thema’s zijn “veiliger en milieuvriendelijker productie methoden en technieken voor gezonder voedsel”, “impact van voeding op gezondheid” en “traceerbaarheid in de gehele keten”. Het project ‘QUALITYLOWINPUTFOOD’ brengt Europese kennis in een 18 miljoen euro geintegreerd project samen om kwaliteit, voedselveiligheid en kostprijsreductie te bevorderen in “low input” en biologische systemen.


Eerst de Consument …

Eén van de eerste studies vraagt consumenten wat ze van duurzaam geproduceerd voedsel verwachten, en zal de feitelijke aankoop metenpen om te bepalen wat producenten zouden moeten doen om aan die wensen tegemoet te komen. Andere studies vergelijken “low input” en gangbare producten op kwaliteiten als voedingswaarde, smaak, houdbaarheid en andere verwerkingskenmerken, maar ook risico’s zoals verminderde vruchtbaarheid, pathogenen en schimmeltoxines. Het doel is te begrijpen hoe voordelen en risico’s geoptimaliseerd kunnen worden in de gehele keten.


… dan de Producent

Voortbordurend op bovenstaande, worden nieuwe technieken ontwikkeld waarmee betere producten zo kosteneffectief mogelijk geproduceerd zullen worden. De aandacht daarbij zal vooral gaan richting onderzoek op het boerenbedrijf op het gebied van granen, groenten, zuivel, varkens en pluimvee. Zo zullen verschillende management strategieën worden getest op het gebied van bodemvruchtbaarheid, ziekten, onkruiden en plagen. Veeteeltkundigen zullen vaststellen hoe de kwaliteit van biologische melk kan worden verbeterd, en besmettingen met parasieten en andere ziekteverwekkers kunnen worden geminimaliseerd in de varkens en rundveehouderij.

Gedurende het project zal ieder jaar een groot congres worden georganiseerd om de resultaten van dit en van andere projecten op het gebied van biologische en “low input’’ landbouw te presenteren aan producenten, de verwerkingsindustrie, detailhandel, consumenten en andere gebruikersgroepen. Het eerste grote congres vindt plaats van 6 tot 9 januari op de Universiteit van Newcastle, Groot Brittannië. Dit congres wordt gezamenlijk georganiseerd met de Soil Association, één van Europa’s grotere biologische landbouworganisaties. Naast de eerste resultaten van het geïntegreerde project worden daar de belangrijkste bevindingen van andere door de Europese Unie, nationale overheden en het bedrijfsleven gefinancierde onderzoeks- en ontwikkelingsprojecten gepresenteerd. Voor meer details zie de website (www.qlif.org).


Nederland goed vertegenwoordigd

Het project wordt geleid door Professor Carlo Leifert, hoogleraar Biologische Landbouw aan de Universiteit van Newcastle (UK). Er zijn drie Nederlandse kennisinstellingen bij betrokken. Agro Eco Consultancy (Bennekom), houdt zich onder meer bezig met de ontwikkeling van HACCP procedures in relatie tot voedselkwaliteit in de gehele keten. Het Louis Bolk Instituut (LBI, Driebergen) draagt bij aan kennisontwikkeling in de subprojecten over veehouderij (management van kalveren i.r.t. uiergezondheid van de koe) en akkerbouw (beheersing van fusarium besmetting in tarwe). Verder is LBI betrokken bij het opzetten van cursussen waarin jonge onderzoekers (zowel binnen als buiten het project) worden bekend gemaakt met de uitgangspunten van de biologische landbouw, en een aantal thematische en methodisch aspecten. Wageningen Universiteit en Research Centrum tenslotte, is via het Praktijkonderzoek van de Animal Sciences Group (Praktijkonderzoek Veehouderij te Lelystad) betrokken bij diergezondheid en diervoeding in het subproject Veehouderij. Het Praktijkonderzoek concentreert zich daarbij op het voorkomen van wormbesmettingen en het optimaliseren van eiwit in varkensvoeders.

Ook in organisatorisch opzicht is Nederland actief bij de uitvoering van het project betrokken. Het Praktijkonderzoek coördineert het subproject Veehouderij. Daarnaast hebben zowel het Louis Bolk als het Praktijkonderzoek een vertegenwoordiger in de Board (stuurgroep) van het gehele project, die verder nog uit de overall coördinator, een afgevaardigde van DIAS (DK) en één van FIBL (CH) bestaat. De totale Nederlandse inbreng bedraagt daardoor ca. 10% (1,8 M euro) van het projectbudget.


Deelnemende instellingen

Vijf van de acht industriële partners zijn midden of klein bedrijven (MKB’s), en alle acht zijn ze betrokken bij de productie, verwerking of kwaliteitscontrole van biologisch voedsel.

1. University of Newcastle upon Tyne (Co-ordinator, England, UK)

2. Research Institute of Organic Agriculture (Academisch Co-ordinator, Zwitserland)

3. Danish Research Centre for Organic Farming/Danish Institute of Agricultural Sciences (Denemarken)

4. Praktijkonderzoek Veehouderij BV (Wageningen UR, Nederland)

5. University of Kassel (Duitsland)

6. Campden and Chorleywood Food Research Association (Engeland, UK)

7. University of Wales, Aberystwyth (Wales, UK)

8. Louis Bolk Instituut (Nederland)

9. Alma Matur Studiorum – Universitat di Bologna (Italie)

10. Institut National de la Recherche Agronomique (Frankrijk)

11. Warsaw Agricultural University (Polen)

12. University of Natural Resources and Applied Life Sciences, Vienna (Oostenrijk)

13. Universidad de Tras-os-Montes e Alto Douro (Portugal)

14. Technological Educational Institute of Crete (Kreta, Griekenland)

15. Vysoka Skola Chemickotechnologicka v Praze, Prague (Czech Republic)

16. Bar Ilan University (Israel)

17. University of Helsinki (Finland)

18. TUBITAK-Marmara Research Centre (Turkije)

19. University of Bonn (Duitsland)

20. University of Basel (Zwitserland)

21. Institute of Grassland and Environmental Research (Wales, UK)

22. Universitat Hohenheim (Duitsland)

23. Universita Politecnica della Marche (Italie)

24. Granarolo SPA (Italie)

25. Roger White and Associates (Engeland, UK)

26. Guaber SPA (Italie)

27. Anidral SRL (Italie)

28. Gilchesters Organics (Engeland, UK)

29. Agro Eco Consultancy B.V. (Nederland)

30. Swiss Federal Dairy Research Station, Liebefeld (Zwitserland)

31. Groupe de Recherche et d’Echanges Technologiques (Frankerijk)




Languages


Danish

Dutch

English

French

German

Italian

Portuguese

Spanish